PANCA SILA
MAASTRICHT
History and Education

© PANCA SILA MAASTRICHT



De geschiedenis van Pencak Organisasi (P.O.)


                                                                                      

                        logo Nederland                                                  logo Indonesia

P.O. werd opgericht 27 augustus 1927 door Mayor Jendral R. Moch. Imam (priester) Sudjadi. Hierbij kwamen 11 grootmeesters, die elk 11 verschillende stijlen vertegenwoordigen, bijeen om een eenheid van Pencak Silat te krijgen. 
 

 

In een later stadium trokken zich 5 grootmeesters terug. De overgebleven 6 grootmeesters bleven met een ledental van ongeveer 30.000 in 56 gemeenten verspreid over Oost-Java. 


         

                                                                                                                                                
De hoofdzetel is gevestigd in Lumajang

Sinds 1989 is een samenwerking bestaan tussen Panca Sila en P.O. die bestaat uit het uitwisselen van kennis en kunde. Ook Guru Cliff Bergmans en Guru George de la Rambelje zijn daar geweest om les te volgen.


De Pencak geschiedenis van de Pencak Organisasi (PO)is ontstaan in de stad Lumajang door professor Guru Suja'í
(Sudjadi) op 27 augustus 1927.
De Guru richtte het Pencak Organisasi als 'Underground' die zich verzette tegen de kolonisatie.

Voordat hij de Pencak Organisasi oprichtte, heeft het college Silat 'Setia Hati Terate' hem toegelaten om onderwijs te mogen geven. Na een lange tijd lid te zijn geweest van Setia Hati Terate, stichtte hij een eigen instituut op voor vechtkunsten. Door voortdurende ontwikkelingen in de Setia Hati Terate is de Pencak Organisasi ontstaan.
De P.O. is ontstaan in de tijd tegen kolonisatie zodat hij en zijn leerlingen underground opereerden.
Guru Basar Suja'i  overleed tijdens een slagveld in Indonesië.
In Lumajang is een straatnaam naar hem genoemd als teken van waardering.

De Pencak Organisasi is in Indonesië gegroeid en is wereldwijd bekend geworden.

 


De legende

Het verhaal gaat dat een Sumatraanse boerin de grondlegger van de kunst is.
Lang geleden, zo beschrijft de legende, ging ze wat water halen in de kali (Indonesisch voor rivier).

Toen ze daar aankwam, zag ze een aantal dieren:
De tijger, de kraanvogel, de slang, de aap, en het paard.

 

 


Zij ging fascinerend deze dieren imiteren. Toen zag zij ook een tijger met een kraanvogel vechten.
Gefascineerd bleef ze staan kijken, hoe de beesten voor uren achtereen vochten.
Het gevecht eindigde onbeslist met de dood door uitputting van beide dieren. 

 

Toen de vrouw weer, veel te laat, naar huis terugkeerde, stond haar man haar al op te wachten.
In een vlaag van woede probeerde hij haar te slaan, maar, zoals ze de dieren had zien doen, weerde
ze gracieus de slag van haar man af. De boer was volledig verbaasd en vroeg haar waar ze dit had geleerd.



 

Ze legde uit waarom ze zo laat was en leerde hem wat ze die dag gezien had;
daarmee was Pencak Silat geboren.
Om dit verhaal kracht bij te zetten, gebruiken de Sumatranen het feit dat de kunst vele vrouwelijke experts kent.



 


Gadjah Merah

  

 

Opgericht                                          19-10-1945 te Tamuan (Siam het huidige Thailand)

Onderdeel van 
                             
 1e Java Echelon (eind 1945 opgeheven)

Toegevoegd aan
                            
Trpco. Bali-Lombok, T.T.C. Zuid Sumatra

Ingedeeld bij
                                    
Bali – Lombok Brigade, Y - Brigade

Actiegebied(en)                              
Bali, Lombok, Palembang, Pendopo,
                                                             Teloekloeboek,Talangakar, Benakat

Commandant  
                                
Majoor. J.W. van Marle     19-10-1945 / 13-02-1946
                                                             Majoor  W.C.A. van Beek   13-02-1946 /

Opheffing
                                         
19-01-1948

Heropgericht
                                  
Medio 1948

Omgekomen
                                   
20 man (periode 1946/1947, vermeld moet worden dat er nog 5 gesneuvelden geregistreerd  staan bij de “Bali Lombok Brigade”. Of deze gesneuvelden ook bij Inf.X. ingedeeld waren is onbekend)
 
Bijnaam                                           "
Gadjah Merah” (Rode Olifant)


 
Het bataljon bestond uit vrijwillig aangemelde en goedgekeurde ex-krijgsgevangenen. Het bataljon, opgericht onder de naam 1e Bataljon, zou samen met het 2e en 3e Bataljon het 1e Java Echelon vormen. Eind 1945 werden de drie incomplete bataljons geformeerd tot twee bataljons voor de Bali/Lombok Brigade.
Op 14 februari 1946 vertrok het 1e Bataljon van Siam. Na een reis van bijna drie weken, met tussenstops te Singapore en Soerabaja, landde het bataljon op 2 maart bij Sanoer op Bali. Aan het einde van de dag waren de compagnieën gelegerd te Den Pasar, kesiman en het vliegveld Koeta.
Zonder een schot te lossen waren de belangrijkste doelen op Bali in handen van de “Gadjah Merah” gevallen.
Op 27 maart landde het Bataljon in de baai van Lembar op Lombok. Na de landing werd er doorgestoten naar Mataram en werden o.a. Selong, Praja en Amperan bezet.

Door de toenemende onrust op Bali werden begin april de 5e en 1e cie overgebracht naar Bali, toegevoegd aan het 2e Bataljon en gelegerd te Mengwi en Kediri. In de daarop volgende weken werden ook de overige compagnieën naar Bali overgebracht en o.a. gelegerd te Tabenan, Den Pasar, Djatiloeh, Penebel, Negara en Bereteh.
Door een intensieve patrouillegang en acties, als op 15 mei bij Samsan Doea en op 15 juni tussen Lampoe, Plaga en Kintami, werden de ‘bendes’ en infiltraties vanuit Java bestreden.

Op 25 juli werd de order uitgegeven voor de oprichting van de Y-Brigade. Het 1e Bataljon inmiddels omgedoopt tot Inf.X.KNIL was een van de twee KNIL bataljons die bij de Y-Brigade was ingedeeld.
Door de komst van 4(8) RS op Bali kon een groot deel van de manschappen op verlof. Tevens vond er een reorganisatie plaats en werd het bataljon omgevormd tot een ‘normaal’ infanteriebataljon. Eind september bestond het Bataljon reeds uit Staf, Stafcie, Ost.cie maar slechts drie Tircieën in plaats van vier.

Op 24 oktober werd het Bataljon met de Y-Brigade overgebracht naar Palembang op Zuid Sumatra en gelegerd in de “concessie”, de Benteng, het Charitas-complex en Talang Betoetoe. Het Bataljon werd in deze periode versterkt met een (Javaanse) 4e cie. Eind december vonden er in Palembang hevige gevechten plaats. Begin januari 1947 keerde de rust weer terug.


Tijdens de 1e politionele actie, op 21juli 1947, nam het Bataljon deel aan de operatie “Gelderland”, de bezetting van het Pendoppo-gebied en de daar gesitueerde olievelden. Op 21 juli voer het Bataljon met diverse vaartuigen de Lematang op. Een echelon landde bij Tjoeroeb en bezette het olieveld Radja Wells. Het zogeheten ‘zware echelon’ voer door. Een vaartuig liep bij Modeng vast op een wrak. De bemanning van dit vaartuig moest de nacht ter plekke doorbrengen en stond tegenover een numeriek overmachtige vijand. Op 22 juli bereikte het ‘zware echelon’ de landingsplaats en bezette het olieveld Pendopo.
In de dagen daarna werd de bezetting van het Pendoppo-gebied voltooid en werden o.a. Karta Dewa, Pajar Teloekloeboek en de olievelden bij Talangakar en Benakat bezet.
 Vooral in de periode kort na de 1e politionele actie trachtte de TNI de olievelden en installaties te saboteren.
Tot aan de opheffing begin 1948 verbleef het Bataljon in de “Pendopo – sector” en keerde, door de intensive patrouillegang en vele acties die gevoerd werden, de rust in het gebied terug.









Boekje over de verplaatsing van de Y-brigade naar Zuid-Sumatra op 25 oktober 1946




GARUDA


Hindoeïsme

 
Vishnoe op Garoeda in Angkor Vat
   

Garoeda is een mythologische vogel: half mens, half vogel. Hij is het rijdier van de hindoegod Vishnoe. Hij is verder de Koning der vogels en is een nakomeling van Kaśyapa en Winatā, één van de dochters van Dakṣa.

Hij is daarnaast de aartsvijand van slangen, dit trekje heeft hij overgenomen van zijn moeder, die ooit ruzie heeft gehad met een andere bijvrouw en haar meerdere, Kadru, de moeder aller slangen, die de oerslang vertegenwoordigt.

De gloed van Garuda is oogverblindend waardoor de goden verkeerdelijk dachten dat hij Agni was, de vuurgod en waardoor ze hem aanbaden. Garoeda wordt vaak afgebeeld als een wezen met kop, bek, vleugels en staart van een arend. Nochtans heeft hij de romp en de ledematen van een mens. Hij heeft een wit aangezicht, rode vleugels en een goudkleurig lichaam.

Verder heeft hij een zoon die Sampāti wordt genoemd. Zijn gemalin is Unnati of Wināyakā. Volgens de Mahabharata, gaven zijn ouders hem de vrijheid om mensen op te peuzelen, hij mag echter geen brahmanen verslinden. Eens had hij een brahmaan en zijn vrouw ingeslikt, maar zijn keel verbrandde waardoor hij hen meteen weer uitbraakte.

Er wordt gezegd dat Garoeda ooit het amṛta (ambrozijn) gestolen had van de goden. Hij gebruikte het als losprijs om zijn moeder te bevrijden van Kadru. Maar Indra kwam erachter en bevocht hem. Indra kon het amṛta terugwinnen, hij moest dit echter met een hoge tol betalen. Hij werd zwaargewond en zijn bliksemschicht (Wajra) werd vernietigd.

Boeddhisme

Een boeddhistisch verhaal vertelt over een bepaalde garoeda die nagas (mythologische of goddelijke slangen) at, totdat een boeddhistische prins hem het belang van ascese leerde. Hierna kwamen alle opgegeten nagas weer tot leven.

Garuda als nationaal symbool

Garoeda is het nationaal symbool van Thailand en Indonesië.

De Garoeda is het centrale element in het wapen van Indonesië. De Garoeda heeft zeventien veren aan elk vleugel, acht staartveren en 45 nekveren. Samen bij elkaar brengt het de onafhankelijkheidsdag van Indonesië: 17 augustus (de achtste maand) (19)45.

Op de vaandel die de in zijn Garuda houdt, staat: Bhinneka Tunggal Ika. Wat "Eenheid in verscheidenheid" betekent.

Op de borst van de Garuda staat de Pancasila gesymboliseerd:

  • De Ster
  • De Gesloten Ketting
  • De Waringinboom
  • De Banteng
  • De Rijsthalm en Katoentak

 
Garoeda in Delhi
           
 
Een beeld van Garoeda in Thailand


 bron: Garoeda wikipedia

old school

        

        

 



Indonesia

Bestand:LocationIndonesia.svg

Indonesië, officieel de Republiek Indonesië (IIndonesisch: Republik Indonesia), is een land gelegen in Zuidoost-Azië. Het land bestaat uit een archipel van 17.5085 eilanden en is daarmee 's werelds grootste eilandstaat. Het land grenst direct aan Papoea-Nieuw-Guinea, Oost-Timor en Maleisiè. Andere landen die Indonesië omringen zijn Singapore, Brunei, de Filipijnen, Australië en de door India bestuurde Nicobaren.

De eilandstaat heeft een totale oppervlakte van 1 904 569 km². Met een populatie van 240.271.522 is het qua inwoneraantal het op drie na grootste land ter wereld en tevens het land met de grootste moslimbevolking, hoewel de islam geen staatsreligie is. Indonesië is een republiek met een gekozen parlement en een president. De hoofdstad is Jakarta.

De Indonesische archipel is al zeer lang een belangrijke handelsregio. Reeds in de zevende eeuw waren er handelsroutes tussen het koninkrijk Srivijaya en China. De geschiedenis van Indonesië is sterk beïnvloed door sterke machten van buitenaf die werden aangetrokken door de natuurlijke rijkdommen van Indonesië. Onder invloed van India floreerden het hindoeïsme en boeddhisme in de eerste eeuwen na Christus. Islamitische handelaren brachten de islam met zich mee en Europese machten bevochten elkaar om de handelsmonopolies in de specerijenhandel tijdens de tijd van de ontdekkingsreizigers. Uiteindelijk werd het land gedurende drieënhalve eeuw een Nederlandse kolonie. Indonesië verklaarde zich onafhankelijk na de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien is de geschiedenis turbulent en die wordt gekenmerkt door natuurrampen, corruptie, afscheidingsbewegingen, democratisering en snelle economische veranderingen.

De Indonesische eilanden laten een zeer gevarieerd beeld zien wat betreft etniciteit, taal en godsdienst. De Javanen zijn de grootste en politiek gezien meest dominante etnische groepering. Als land heeft Indonesië een gemeenschappelijke identiteit verworven die vooral wordt gedefinieerd door de nationale taal, een moslimmeerderheid en een geschiedenis van kolonisatie en het verzet tegen die kolonisatie. Het Indonesische motto luidt Bhinneka Tunggal Ika (vrij vertaald; “Eenheid in diversiteit”). Echter, sektarisch geweld en separatisme zijn aan de orde van de dag en hebben tot bloedige confrontaties geleid, die de economische en politieke stabiliteit hebben ondermijnd. Indonesië heeft grote natuurgebieden en 's werelds op een na grootste biodiversiteit. Het land is rijk aan natuurlijke rijkdommen, al blijft armoede een belangrijk kenmerk van het huidige Indonesië.

bron: wikipedia


WAYANG

                                       


Wajang is een leenwoord in het Nederlands uit het Javaans. In het Javaans betekent wayang letterlijk "schaduw" of "schim". De afgeleide betekenis van dit woord is een bepaalde vorm van poppenspel, waarin gebruik wordt gemaakt van schaduw- of lichteffecten.

Hoewel wajang meestal refereert aan het schimmenspel met behulp van leren poppen (wayang kulit), wordt het woord daarnaast ook gebruikt voor opvoeringen met driedimensionale poppen (wayang golèk), met platte houten poppen (wayang gedhog) en zelfs voor een toneelstuk met zwijgende acteurs-dansers (Wayang-Wong). Voorwaarde bij dit laatste is wel dat het stuk gebaseerd moet zijn op de Indiase heldendichten Ramayana en Mahabharta.

   Bestand:Wajang pop.jpg                 

 
    Wajang Golek                                                    Wajang Wong voorstelling bij de regent van Malang, 1910-1922

Sinds 2003 staat Wajang Kulit vermeld op de lijst van meesterwerken van het Orale en Immaterieële Erfgoed van de Mensheid.


Bestand:COLLECTIE TROPENMUSEUM Een wajang kelitik voorstelling met gamelanorkest in Ngandong TMnr 60023519.jpg  Bestand:Wayang Kulit 1890.png
 

Wajang kelitik voorstelling met gamelanorkest 1918             Wajang kulit voorstelling, Java, 1890   

Het Javaanse schimmenspel is al heel oud. Het oudste bewijs van het wajangspel staat op een Midden-Javaanse inscriptie die dateert van het jaar 840, daarin wordt het woord ringgit genoemd, wat een synoniem is van het woord wayang. Het woord wayang zelf werd voor het eerst genoemd in een inscriptie uit 907. Op deze inscriptie wordt namelijk een wajangspeler genoemd samen met een danser en een komiek.In de literatuur krijgen wij de eerste vermelding over het schimmenspel in het Oud-Javaanse gedicht Kakawin Arjunawiwaha dat gedateerd is tussen 1028 en 1035. Wij lezen in Zang V.9 het volgende:

          hanânonton ringgit manangis asekel mûd.a hid.epan

huwus wruh towin yan walulang inukir molah angucap
haturning wwang tresnêng wisaya malahâ tar wihikana
ri tatwanyân mâyâ sahana-hananing bhâwa siluman.

 

  • Bij het wajangspel zijn er toeschouwers die wenen; ze worden verdrietig en raken van streek

  • Ook al weten ze best dat het gesneden leer is dat beweegt en praat

  • Zo is het ook met iemand die gehecht is aan de zintuiglijke waarnemingen

  • Hij beseft niet dat ze er in wezen niet zijn, dat alle dingen illusie zijn

     

Er zijn verschillende soorten wajang naar materiaal. De belangrijkste zijn de volgende:

  • Wajang koelit

  • Wajang golèk

  • Wajang kroetjil of Wayang Klitik

  • Wajang bèbèr

  • Wajang gedog

  • Wajang wong


                                    




Zie ook op youtube Wajang Golek 1
Wayang Golek performance is one of Sundanese traditional art.
This clip show the character "Cepot" dance pencak silat.


bron: wajang wikipedia
         tropenmeuseum
         youtube


terug naar home


Home
Pelatih
Saudara Budi Asli
symbolen
Doelstelling
Reglement P.S.
Gallery
Kendang muziek
Agenda
Nieuws
Sponsor
Films en Links
Hoogtepunten
History and Education